De Heemparken Specialist
 

Nederland kent minstens 35.000 soorten insecten.

Kruisspin

Zelfs alle groepen behandelen zou teveel ruimte nemen. Daarom houden we het bij een aantal opvallende waarnemingen. Allereerst de Libellen en Waterjuffers: Met zekerheid zijn er 14 soorten in de drie heemparken vastgesteld. De zeldzaamste daarvan is de Groene Glazenmaker. Een flinke Libel die voor zijn voortplanting afhankelijk is van de Krabbescheer. Het Thijssepark is één van de weinige plekken in Noord-Holland waar u hem kunt aantreffen. Hij is de laatste jaren helaas niet meer gezien. Leuk zijn de Roodoogjuffers, deze zijn vanaf begin mei meestal rond Waterlelie en Gele Plompbladen te vinden. Om hun eieren af te zetten verdwijnen ze vaak geheel onder water. Tot ver in het najaar kunt u de groenmetallieke Houtpantserjuffers in de parken zien rondvliegen. Deze leggen in tegenstelling tot andere waterjuffers hun eieren in dode takken die boven het water hangen. Er zijn vele soorten insecten die voor hun voedsel afhankelijk zijn van planten. Er is echter ook een deel dat op een aparte manier gebruik maakt van planten. Dat zijn de gallenmakers. U kent ze waarschijnlijk wel; vreemde vervormingen op takken of bladeren. Vooral eiken zijn er bekend om. We vonden zeker 15 soorten in de parken. Soms wel 5 soorten op één plant. Bijzonder was de vondst van de Ramshoorngal In het Thijssepark. Jojanneke Bijkerk ontdekte in 2007 deze gal op een Zomereik. Het was de tweede vondstplek in Nederland! Als u door de parken loopt, kijk dan eens aan de onderzijde van een eikenblad, het is verrassend wat u daar kunt aantreffen! Andere insecten die in plantenbladeren wonen en eten, zijn de mineerders. Mineerders zijn insecten die in het blad gangen vreten en daar ook vaak hun eieren leggen. In Nederland komen daar ongeveer 800 soorten van voor, dit kunnen kevers, vliegen, vlinders of wespen zijn. Dr. Willem N. Ellis Heeft het Thijssepark op deze dieren geïnventariseerd. Hij ontdekte 131 soorten! Van de Sprinkhanen en Krekels willen we twee soorten noemen. In 2008 werden met een batdetector (een apparaat dat zeer hoge geluiden omzet naar voor ons hoorbare tonen) meerdere Struiksprinkhanen gehoord. Een bijzonder lid van de orde van sprinkhanen en krekels is de Veenmol. Deze insecten kunnen wel 5 centimeter groot worden, en zijn wettelijk beschermd in ons land. Ze leven net onder de grond in zelf gegraven gangen. Veenmollen eten insecten en plantendelen. Vanwege hun vraat zijn niet erg geliefd op onze kwekerij. Ze eten daar erg veel jonge plantenwortels. Veenmollen hebben een bijzondere wijze van voortplanting. Het mannetje maakt een holletje en gaat in de ingang zitten. Daar lokt hij met getjirp een vrouwtje. Het geluid wordt door de vorm van het hol versterkt. In een kraamkamer zorgt het vrouwtje voor de jongen. Ze zorgt door het wegeten van de beplanting boven het hol dat er zonlicht op valt. Ook graaft ze afwateringsgangen om ervoor te zorgen dat er geen water in de kraamkamer blijft staan.

 

Vissen en overige water/dieren

Amerikaanse rivierkreeft

De meest opvallende (onder)waterbewoners zijn natuurlijk vissen. Daarvan kunnen we er momenteel 9 soorten met zekerheid in de parken vinden. Te weten: Aal, Snoek, Zeelt, Kroeskarper, Baars, Brasem, Blankvoorn, Ruisvoorn en Kleine Modderkruiper. Daarnaast weten we dat er in het verleden nog vier soorten aangetroffen zijn. We weten dat enige jaren geleden Tiendoornige en Driedoornige Stekelbaarsjes zijn losgelaten in het Thijssepark. Of deze nog leven is niet bekend, waarschijnlijk is de bodem te weinig kleiig. Tot halverwege jaren 90 kwamen er nog Karpers in de parken voor. Na een vorstperiode dreven er een aantal in het water voor de heuvel, daarna werden ze niet meer gezien. Het is goed mogelijk dat er nieuwe exemplaren uit de Hoornsloot zullen komen, de karper komt daar volop voor. Begin jaren 80 waren er tot 30 centimeter grote Goudwindes in het Thijssepark te vinden. Het ging hier om uitgezette exemplaren. De Goudwinde is nu niet meer in de parken te vinden. De dierenwereld onder en op het water is een bijzondere en vaak moeilijk te zien. Het is, net als boven water, een kwestie van eten en gegeten worden. Van de duizenden kikker- en paddenvisjes blijft maar een fractie over.  Velen worden opgegeten door de talloze libellenlarven en geelgerande waterkevers. Twee bijzondere waterroofdieren zijn de Waterschorpioen en de Staafwants. Beide zijn grote wantsen. De Waterschorpioen wordt ongeveer 3 centimeter en de Staafwants kan wel 7 centimeter groot worden. Beide jagen vanuit de waterplanten op visjes, kikkervisjes en insecten. Een belangrijke voedselbron voor veel dieren is de watervlo. Soms komen ze zo massaal voor dat het water rood kleurt! Op het water zijn de sierlijke Schaatsenrijders te vinden en sinds kort is ook het veel zeldzamere Schrijvertje weer terug. Beide insecten maken gebruik van de oppervlaktespanning van het water om er op te kunnen lopen/ zwemmen. Het schrijvertje kan zowel boven als onder water kijken. In het water komen meerdere soorten weekdieren voor. In de parken vinden we onder andere de Zwanenmossel, Posthoornslak en Poelslak. In grote delen van Amstelveen zijn, de ingeburgerde, Amerikaanse Rivierkreeften te vinden. Zo ook in de Hoornsloot. Hoewel we ze nooit hebben gezien, is het dus waarschijnlijk dat deze dieren met regelmaat de parken zullen aandoen.