Boomknoppen
Nu bijna alle bomen en struiken hun
bladeren hebben
afgeschud, maakt het bos een enigszins doodse indruk. Toch zit er nog
heel veel
leven in de “dode” takken.
In rustende bomen en struiken vinden nog vrij sterke
stofomzettingen plaats. Het in grote hoeveelheden opgeslagen zetmeel
wordt
veranderd in suiker; vetten worden vrijgemaakt en gevormd. Deze
stofwisseling
is zo levendig dat bomen en struiken reeds in de winter hun knoppen
verder en
krachtiger ontwikkelen. Ze worden voorzien van voedingsstoffen,
waardoor ze in
de lente een snellere groei mogelijk kunnen maken.
Knoppen zijn dus”opslagplaatsen”waaruit bladeren,
bloemen en
takken kunnen groeien.
Kijk eens naar al die verschillende takken met knoppen. Aan
de kleur en vorm kan je de boom of struik herkennen.
Neem de Zomereik; de jonge takken
zijn groenachtig. De
knoppen klein en bruin. Aan het eind van de nieuwe scheut bevinden zich
meerdere knoppen; een grote en enkele kleinere ernaast ( foto 1 )
De Beuk heeft lange ( 2 cm. ), smalle
knoppen met een spitse
punt. Het bruine verdorde blad zit vaak nog aan de takken. ( foto 2 )
Groen-bruine knoppen heeft de
Haagbeuk. Ook bij deze soort
blijft het bruin-grijze verdorde blad lang aanwezig. ( foto 3 )
Een mooie rode kleur heeft de zonkant
van de tak van de Rode
kornoelje. De schaduwzijde is lichtgroen. De knoppen zijn erg klein en
staan,
behalve de eindknop, twee aan twee tegenover elkaar. ( foto 4 )
Bruine knoppen met een grijze gloed
sieren de Zwarte els. Op
de takken zitten witte stippen. ( foto 5 )
Bij de Veldesdoorn zitten de knoppen
twee aan twee tegenover
elkaar. Ze zijn nogal klein en bruin-groen van kleur. ( foto 6 )
Opvallend groene takken kenmerkt de
Wilde kardinaalsmuts. De
groene knoppen staan twee aan twee tegenover elkaar. ( foto 7 )
Een mooie karakteristieke soort met
dofzwarte knoppen is de
Es. ( foto 8 )
Grote harige knoppen heeft de Wilde
lijsterbes. ( foto 9 )
Tenslotte de Hazelaar met donkerbruine takken voorzien van witte stippen. De knoppen zijn kleine groene of lichtbruine bolletjes. ( foto 10 )
Overigens kun je bij
deze laatste soort al de eerste katjes zien zitten. ( foto
11 ) Een
bewijs temeer dat het bos niet dood is maar springlevend; alleen in een
rustig
tempo.










