De Heemparken Specialist
 

Weer jonge Bosuilen in het park

 

Veel natuurlijk groen trekt insecten aan. Deze komen op de geurende bloemen af. De vele insecten trekken de aandacht van vogels en kleine zoogdieren; die zien dat als een lekker hapje. Vervolgen zijn er roofvogels en roofdieren die daar weer op af komen. Één van hen is de Bosuil een mooie bruine vogel, die je meer hoort dan ziet. Zelfs in griezelfilms hoor je nadat de klok 12 uur ’s nachts heeft geslagen zijn nogal indringende geluid. Hoehoe—hoehoehoehoehoeee. 

Dat geluid is in het Dr. Jac. P. Thijssepark al vanaf jan-feb in de nachtelijke uren te horen. Het is de periode dat ze een gebied voor zich opeisen om er hun jongen groot te brengen. Daarvoor maken ze vaak gebruik van een van de grote nestkasten die we speciaal voor ze  hebben opgehangen. Na een broedtijd en opgroei van enkele weken verlaten de nog pluizige jonge uilen de kast ( foto 1 ). Vliegvlug zijn ze dan nog niet, maar al klauterend en fladderend verplaatsen ze zich van tak naar tak.  Soms belanden ze op de grond, maar kruipend zoeken ze zelf weer hoogte. Als je er te dichtbij komt blijven ze doodstil staan en met een half open oog volgen ze je, hopend dat je ze niet ziet.( foto 2 )

Dit jaar hebben wij 3 jongen gezien. Ook een van de ouders is regelmatig te zien. Zij zijn altijd wel in de buurt om hun kroost te beschermen. Hoeveel er groot worden van deze drie ? Als er veel bloemen zijn komen er veel insecten. Dat is weer gunstig voor veel kleine prooidieren. Veel hiervan zorgen voor een zorgeloze opgroei van de jonge Bosuilen.

En misschien kunnen ze dan over enkele jaren óók het ver dragende hoehoe, hoehoehoehoehoeee laten horen.

 

 

 

 

 

Voor veel mensen zijn de vogels het meest opvallende deel van de wilde fauna.

 

Jaarlijkse schoonmaak

Natuurlijk zijn ze ook niet te missen; een jagende reiger langs de waterkant, eenden op de vijver, en een ‘miauwende’ buizerd boven de bomen. Toch zijn er veel vogels in de parken die minder opvallen maar zeker de moeite waard zijn. In de afgelopen jaren telden we 113 soorten vogels in de parken, waarvan er zeker zo’n 37 soorten broedden! De gemeente Amstelveen doet daar ook het nodige voor. Jaarlijks worden de 500 nestkasten, die door de gemeente opgehangen zijn, gecontroleerd en schoongemaakt. Daarbij gaat het niet alleen om nestkasten voor mezen, ook hangen er kasten voor onder andere Bosuilen, Holenduiven, Gekraagde Roodstaarten en Boomklevers. Er hangen meer dan 70 kasten in de drie parken alleen al! Bij controle blijkt dat ieder jaar meer dan 90% bezet is. De meest opvallende zijn wel de Boomklevers en de bosuilen die ieder jaar in onze kasten broeden.

In 2003 broedden er voor het eerst sinds jaren weer bosuilen in het Thijssepark, zij brachten toen twee jongen groot. Omdat ze toen in een Holenduivenkast broedden, werd er snel een grotere Bosuilenkast naast gehangen. In de jaren erna werden er ieder jaar minstens twee jongen grootgebracht met als hoogtepunt 4 jongen in 2008. Leuk is te zien hoe er altijd een paartje Holenduiven in de buurt van de nestkast zit te wachten. Zodra de bosuilen uit het nest zijn, nemen zij er hun intrek. Het hele jaar door worden er IJsvogels in de parken gezien. Soms met een visje in de snavel. Dat is een teken dat er jongen zouden zijn. Ook werden er onvolwassen exemplaren in de Braak gezien.In de drie parken werd echter nooit een nesthol gevonden. Het broedgeval vond waarschijnlijk plaats in het Amsterdamse Bos. Toch wordt er alles aan gedaan om deze blauwe schoonheid naar de parken te lokken. Sinds enige jaren is er zowel in de Braak als in het Thijssepark een kleiheuvel met een IJsvogelnestkast te vinden.

Nestkasten

In het Thijssepark hangen 38 kleine kasten, en wel;

19 pimpelmeeskasten
11 koolmeeskasten
3 boomkleverkasten
2 gekraagde roodstaartkasten
1 vliegenvangerkast
1 boomkruiperkast
1 spechtenkast

Tjiftjaf tjiftjaf tjiftjaf vrij vertaald len-te, len-te, len-te. Met de komst van de Tjiftjaf verschijnt ook de lente in het bos. Binnen enkele weken veranderdt de tot dan bruinzwarte bosbodem in een veelkleurig tapijt. Wilde narcis, ( foto 1 ) Speenkruid en Goudveil in de tinten lichtgeel en goudgeel. Holwortel en Vingerhelmbloem met hun roze en paarse bloemen. Licht en donkerblauw van Bosviooltje en Wilde hyacint. Bosanemoon zowel in wit als wit met een vleugje roze. ( foto 2 ) En dat allemaal tegen een achtergrond van ontluikende groene bladeren.

De Tjiftjaf is een klein groenbruine, onopvallende zomervogel met een dunne spitse snavel. Hij vertoeft meestal in de bovenste laag van het bos. In de lente klinkt onophoudelijk zijn liedje tjiftjaf tjiftjaf tjiftjaf, waarnaar deze vogel ook genoemd is.

Enkele weken later verschijnt een vogel die daar erg veel op lijkt: de Fitis. Je moet van goeden huize komen om de twee soorten uit elkaar te houden. Met de zang van beide lukt het beter. De Fitis heeft een liedje wat hoog begint en laag eindigt. Als je niet in goede doen bent, haal je er een treurig deuntje uit. Ikzelf houd het op een kabbelend watervalletje. Tussen takjes en blaadjes zoeken ze naar insecten. Broeden doen ze laag bij de grond. Tussen Struikhei, Rijsbes of Duitse brem. Als je tijdens werkzaamheden te dicht bij het nest komt, fladderen ze zenuwachtig om je heen. Tijd om weg te gaan geven ze daarmee aan, wat we dan ook doen. Wij zij blij dat ze ons elk jaar opnieuw weer verblijden met de lente.

Dit jaargetijde is voor de vogels ook de periode om zich voort te planten. Het bezetten van een plek; territorium. Zoeken van een partner, bouwen van een nest enz. Vooral het vechten om een plek gaat er nogal heftig aan toe. Bij Meerkoeten levert dat een spectaculaire strijd. Met twee, drie of vier vogels elkaar in de veren vliegen, tot een paartje verliezend het strijdperk verlaat op zoek naar iets anders. ( foto 3-4 ) Op de grens van twee territoria breken die gevechten het hele broedseizoen uit. Hoe meer vogels op een kleine ruimte des te meer onrust, wat andere vogels weer de gelegenheid biedt om snel een eitje of kuiken te pakken. Eten of gegeten worden is hier dagelijks aan de orde. Het houdt de overgebleven vogels scherp en de aantallen op peil. Ziet er niet leuk uit, maar daar heeft de natuur geen boodschap aan, ook in onze natuurlijk uitziende parken. (foto 5)